top of page

Euthanasie, abortus en draagmoederschap: waar staan we vandaag?

De ethische dossiers rond euthanasie, abortus en draagmoederschap blijven politiek gevoelig. Hoewel de regering-De Wever voorlopig geen doorbraken heeft gerealiseerd, is de maatschappelijke nood aan duidelijke en rechtvaardige regelgeving groot. Volgens Freddy Mortier, emeritus hoogleraar ethiek aan de UGent, tonen deze debatten vooral hoe zelfbeschikking, zorgvuldigheid en bescherming van kwetsbaren voortdurend met elkaar in spanning staan.


Freddy Mortier

Euthanasie: wettelijke grenzen en blinde vlekken

België beschikt sinds 2002 over een euthanasiewet, maar die laat belangrijke vragen onbeantwoord. Een van de meest prangende is euthanasie bij gevorderde dementie. Vandaag kan euthanasie wel op basis van een voorafgaande wilsverklaring wanneer iemand in coma raakt, maar niet wanneer iemand zijn beslissingsbekwaamheid verliest door dementie. Dat leidt tot een paradox: wie euthanasie wil vermijden in een latere, zwaar aangetaste levensfase, wordt soms gedwongen om “te vroeg” te sterven.


Mortier pleit voor een wetswijziging die euthanasie bij gevorderde dementie mogelijk maakt, mits strikte voorwaarden. Hij verwijst naar Nederland, waar dit al kan, maar waar de praktijk aantoont hoe complex zulke situaties zijn. Duidelijke wilsverklaringen en aantoonbaar ondraaglijk lijden zijn cruciale voorwaarden. Euthanasie blijft daarbij geen afdwingbaar recht, maar een mogelijkheid die artsen al dan niet opnemen.


Een ander knelpunt is de toegang tot euthanasie. In België bestaat geen echte doorverwijsplicht: patiënten zijn vaak afhankelijk van de bereidheid van de arts die ze toevallig ontmoeten. In landen als Canada en Spanje ligt de verantwoordelijkheid bij de zorginstelling, die moet zorgen voor een bereidwillige arts. Volgens Mortier is dat een eerlijker systeem, dat voorkomt dat euthanasie een privilege wordt voor mondige of goed geïnformeerde patiënten.


Voltooid leven en psychisch lijden

Ook euthanasie bij een “voltooid leven” blijft controversieel. Mortier staat hier voorzichtig positief tegenover, mits een leeftijdscriterium en een langdurige, zorgvuldige toetsing. De kans op vergissing acht hij groter bij jonge mensen dan bij ouderen die na langdurige reflectie tot de conclusie komen dat hun leven voltooid is.


Euthanasie bij psychisch ondraaglijk lijden is al sinds 2002 wettelijk mogelijk, maar blijft maatschappelijk gevoelig. De kernvraag is wanneer iemand als ‘uitbehandeld’ kan worden beschouwd. Mortier benadrukt dat alle reële therapeutische opties moeten zijn bewandeld, zonder mensen valse hoop te geven. Als het lijden aanhoudt en de wens stabiel en authentiek is, verdient die volgens hem respect.


Draagmoederschap: reguleren om te beschermen

Draagmoederschap gebeurt in België al jaren, zij het zonder wettelijk kader. Dat creëert ongelijkheid: wie voldoende middelen heeft, kan uitwijken naar het buitenland, terwijl anderen afhankelijk zijn van informele oplossingen. Tegelijk ontbreekt een structurele bescherming van de draagvrouw.


Mortier pleit daarom voor een wettelijk kader voor altruïstisch draagmoederschap, met duidelijke regels rond ouderschap, contracten en rechterlijke controle. Daarbij moet de draagvrouw centraal staan, met bescherming tegen uitbuiting en met ruimte om na de geboorte nog op haar beslissing terug te komen. Een louter contractueel, commercieel model wijst hij resoluut af.


Abortus: termijn en zelfbeschikking

In het abortusdossier liggen de afschaffing van de verplichte bedenktijd en een uitbreiding van de wettelijke termijn nog steeds op tafel. Mortier acht een termijnverlenging evident. Hij wijst erop dat levensvatbaarheid, rond 22 weken, het meest consistente ethische referentiepunt is. Een grens van 20 weken kan daarbij als een redelijk compromis gelden.


Voor die termijn is er geen overtuigend wetenschappelijk bewijs dat foetussen bewust pijn ervaren. Bovendien blijft lichamelijke integriteit van de vrouw het fundamentele uitgangspunt: zolang de zwangerschap voortduurt, maakt de foetus deel uit van haar lichaam. Abortus toestaan tot 20 weken verplicht niemand om een abortus te ondergaan, maar laat ruimte voor verschillende morele overtuigingen.


Zelfbeschikking, maar niet in isolatie

Tot slot benadrukt Mortier dat zelfbeschikking geen absoluut of asociaal recht is. Het betekent niet dat mensen er alleen voor staan, maar juist dat ze ondersteund worden met informatie, zorg en dialoog om weloverwogen keuzes te maken. Dat verschilt fundamenteel van visies die zelfbeschikking beperken tot wat binnen een vooraf bepaald moreel kader aanvaardbaar wordt geacht.


De ethische dossiers rond leven en dood blijven complex en beladen. Maar volgens Mortier ligt vooruitgang in het erkennen van pluralisme, het beschermen van kwetsbaren en het ernstig nemen van individuele keuzes zonder mensen aan hun lot over te laten.



Opmerkingen

Beoordeeld met 0 uit 5 sterren.
Nog geen beoordelingen

Voeg een beoordeling toe

Meer lezen?

bottom of page