top of page

“Dit is een morele afgrond”: Francesca Albanese over Palestina, macht en internationale stilte

Tijdens een gezamenlijke ceremonie in Antwerpen ontving Francesca Albanese een eredoctoraat van drie Belgische universiteiten, waarna ze in een uitgesproken gesprek en dankwoord reflecteerde op haar werk, de druk die ze ervaart als VN-rapporteur en de bredere crisis van internationaal recht en mensenrechten.



Na de gezamenlijke toekenning van een eredoctoraat door de Universiteiten van Antwerpen, Gent en de Vrije Universiteit Brussel, sprak Francesca Albanese het publiek toe in een emotioneel en uitgesproken dialoog over Palestina, internationaal recht en de druk rond haar mandaat als VN-Speciaal Rapporteur.


Albanese omschreef de erkenning als overweldigend en zei dat de warmte en steun die ze in Antwerpen ontving haar diep raakten. Ze verbond die reactie rechtstreeks met de betekenis van Palestina voor velen en noemde het “een wond voor zovelen van ons.” Tegelijk reflecteerde ze kritisch op het moment en wees ze op de tegenstrijdigheid dat ze wordt geëerd voor haar inzet voor mensenrechten, terwijl die erkenning blijkbaar nog steeds publieke verantwoording vereist.


Volgens Albanese legt dit een bredere spanning van het huidige moment bloot. Ze stelde dat opkomen voor Palestijnse rechten en rechtvaardigheid niet als een bedreiging voor eender welke gemeenschap mag worden gezien. Integendeel, het moet begrepen worden als onderdeel van een universele inzet voor mensenrechten, rechtvaardigheid en verantwoording. Ze herhaalde ook haar standpunt dat de huidige realiteit helder benoemd moet worden, waarbij ze Israël omschreef als een apartheidsstaat en de huidige periode een “transformerend moment” noemde, eerder dan iets wat met beperkte hervormingen kan worden aangepakt.


Vanuit een Europees perspectief gaf Albanese aan zich gesterkt te voelen door wat ze een groeiende “wind van verandering” noemde. Met verwijzing naar het koloniale verleden van België stelde ze dat Europa vandaag de kans heeft om een nieuwe bladzijde om te slaan en een andere weg te kiezen, gebaseerd op internationaal recht in plaats van selectieve interpretaties of politieke opportuniteit.


Tijdens het gesprek werd Albanese ook gevraagd naar de persoonlijke impact van haar werk. Sinds ze in mei 2022 Speciaal Rapporteur voor de bezette Palestijnse territoria werd, kreeg ze te maken met bedreigingen, pogingen om haar het zwijgen op te leggen en sancties vanuit de Verenigde Staten. Ze zei dat ze altijd wist dat werken rond Palestina gevolgen zou hebben, gezien de nauwe verwevenheid met politieke macht en ideologische belangen. Toch gaf ze toe dat ze niet had verwacht dat de situatie zo ernstig zou worden.

Ze omschreef de sancties tegen haar als ongezien, zeker gezien haar rol bij de Verenigde Naties onbezoldigd is en gericht op het monitoren van mensenrechtenschendingen. Volgens Albanese hebben de maatregelen verregaande gevolgen gehad, niet alleen voor haar eigen leven maar ook voor haar omgeving. Toch benadrukte ze dat deze acties bedoeld waren om haar het zwijgen op te leggen — en dat dat tot nu toe niet is gelukt.


Een centraal thema in het gesprek was haar vroege gebruik van de term genocide met betrekking tot Gaza na 7 oktober 2023. Ze legde uit dat ze niet lichtzinnig tot die conclusie kwam. Integendeel, ze aarzelde aanvankelijk om de term te gebruiken, deels door haar eigen Europese intellectuele en culturele achtergrond. Maar naarmate ze de gebeurtenissen grondiger analyseerde en toetste aan de juridische definitie van genocide, raakte ze overtuigd dat de term gerechtvaardigd was.

Ze stelde dat wat zich in Gaza heeft afgespeeld niet simpelweg als militaire operaties kan worden omschreven. Volgens haar heeft Israël vanaf het begin de meest fundamentele principes van het internationaal humanitair recht geschonden, waaronder de bescherming van burgers, het voorzorgsbeginsel en de vereiste van militaire noodzaak. Al binnen de eerste week zag ze volgens eigen zeggen niet alleen tekenen van massale vernietiging, maar ook van een breder project gericht op de permanente verdrijving van Palestijnen en het verhinderen van hun terugkeer.


Albanese plaatste deze ontwikkelingen in een bredere historische context en verwees naar de verdrijving van Palestijnen in 1947–49 en opnieuw in 1967. In haar analyse maakt wat sinds oktober 2023 in Gaza gebeurt deel uit van een doorlopend settler-koloniaal proces, eerder dan een op zichzelf staande gebeurtenis. Die historische continuïteit maakte de waarschuwingssignalen volgens haar onmiskenbaar.


Ze ging ook in op de relatie tussen genocide en foltering, een thema dat ze in recente rapporten heeft behandeld. Foltering is volgens haar geen losstaand fenomeen, maar een wezenlijk onderdeel van de bredere vernietiging. Ze verwees niet alleen naar de verwoesting in Gaza, maar ook naar de behandeling van Palestijnen in detentie: arrestaties, verdwijningen, mishandeling, vernedering en meldingen van sterfgevallen in gevangenschap. Volgens Albanese maakt dit deel uit van wat ze omschreef als een bredere “folterende omgeving” die aan een volledige bevolking wordt opgelegd.


Het gesprek ging ook in op wat Albanese ziet als de diepe medeplichtigheid van staten en instellingen die Israël politiek, economisch en militair blijven steunen. Ze bekritiseerde de kloof tussen de taal van mensenrechten en de realiteit van voortdurende samenwerking, waaronder handelsrelaties en institutionele partnerschappen. Volgens haar is die discrepantie een van de redenen waarom verantwoording uitblijft.


Toch eindigde Albanese, ondanks de sombere analyse, met een boodschap van collectieve vastberadenheid. Ze verwierp het idee dat de huidige situatie kan worden herleid tot een tegenstelling tussen “het Westen en de rest”, en wees op studenten, activisten en burgers wereldwijd die zich in solidariteit met Palestijnen hebben gemobiliseerd. Ze noemde studenten expliciet een bron van hoop, en prees hen omdat ze volgens haar de ernst van de situatie vaak eerder inzagen dan veel instellingen.


Wat haar gaande houdt, zei Albanese, is niet alleen optimisme maar ook woede — niet als geweld, maar als morele verontwaardiging. Die verontwaardiging geeft kracht aan haar werk en aan haar weigering om haar woorden te verzachten. Ze gaf aan dat ze van Palestijnen heeft geleerd om helder en zonder excuses te spreken, en dat die duidelijkheid centraal staat in haar stem.


Toch was haar conclusie er geen van wanhoop. Albanese gelooft dat dit moment het potentieel heeft om de wereld ten goede te veranderen, op voorwaarde dat mensen handelen met moed, solidariteit en coördinatie. Als de wereld er niet in slaagt om fundamentele lessen te trekken uit deze crisis, waarschuwde ze, zullen de gevolgen veel verder reiken dan Palestina.


Voor Albanese gaat de strijd dan ook niet alleen over Palestina, maar ook over de toekomst van het internationaal recht, de betekenis van mensenrechten en de bereidheid van samenlevingen om ontmenselijking onder ogen te zien voordat die onomkeerbaar wordt.



Francesca Albanese
Francesca Albanese

Dankwoord: een oproep tot rechtvaardigheid en verantwoordelijkheid

In haar dankwoord sprak Francesca Albanese haar diepe waardering uit, terwijl ze de erkenning meteen plaatste binnen een bredere mondiale context van crisis en verantwoordelijkheid.

Ze omschreef het moment als “prachtig overweldigend” en gaf aan dat ze zowel nederig als enigszins ongemakkelijk voor het publiek stond. De erkenning komt volgens haar op een moment van “diepe pijn en gevaar”, waarin het internationale juridische en morele kader—dat over decennia werd opgebouwd om macht te begrenzen en verantwoording af te dwingen—steeds meer onder druk staat.


Volgens Albanese heeft dit kader, hoe onvolmaakt ook, historisch een belangrijke rol gespeeld in het voorkomen van grootschalige conflicten en het beschermen van velen tegen de verwoestingen van oorlog. Vandaag ziet ze echter hoe die bescherming afbrokkelt: regels worden genegeerd of openlijk geschonden, en straffeloosheid wordt steeds zichtbaarder.


Tegen deze achtergrond benadrukte ze dat het eredoctoraat een betekenis heeft die verder gaat dan persoonlijke erkenning. Voor haar is


In haar reflectie stelde Albanese fundamentele vragen over de huidige wereldorde: hoe we kunnen ontsnappen aan wat zij een “morele afgrond” noemt, hoe we ervoor zorgen dat het recht macht daadwerkelijk begrenst in plaats van dient, en hoe we de normalisering van onrecht kunnen stoppen.


"how to confront a “moral abyss,” how to ensure that law restrains power rather than serves it, and how to resist the normalization of injustice." (Francesca Albanese)


Ze wees daarbij op Palestina als een cruciale testcase, die de internationale gemeenschap dwingt om te bepalen of mensenrechten en internationaal recht universeel gelden, dan wel selectief worden toegepast.


Een belangrijk deel van haar toespraak ging over de rol van universiteiten. Hoewel ze erkende dat academische instellingen soms het debat beperken of gevoelige thema’s vermijden, benadrukte ze hun blijvende belang als plekken waar maatschappelijk bewustzijn wordt gevormd en verandering kan ontstaan.


Ze legde bijzondere nadruk op de rol van studenten, die volgens haar vaak voorop lopen in het aankaarten van onrecht, ook rond Palestina, en dat ondanks repressie en institutionele terughoudendheid. Hun engagement toont volgens haar wat universiteiten zouden moeten zijn: geen musea van het verleden, maar motoren van kritisch denken en maatschappelijke verandering.


Aan de universiteiten die haar eerden, richtte Albanese een duidelijke oproep: laat deze erkenning geen symbolisch gebaar zonder gevolgen zijn. Ze moedigde academische instellingen aan om actief stelling te nemen in de verdediging van internationaal recht en mensenrechten, en om ruimtes te creëren waar moed wordt beschermd en kennis bijdraagt aan bevrijding in plaats van overheersing.


Ze plaatste deze verantwoordelijkheid ook in een bredere Europese context, met verwijzing naar het koloniale verleden van het continent en de blijvende impact daarvan. Volgens haar biedt het huidige moment een kans om niet alleen terug te kijken, maar ook bewust een andere weg in te slaan.


In haar slotwoorden riep Albanese universiteiten op om bij te dragen aan een rechtvaardigere en gedekoloniseerde wereldorde, gebaseerd op waardigheid, gelijkheid en verantwoordelijkheid. Ze sprak de hoop uit dat haar opname in hun academische gemeenschap geen louter symbolisch gebaar is, maar het begin van een gezamenlijke inzet om die toekomst vorm te geven.


“Niet morgen,” besloot ze, “maar nu.”


"Universities that dare not only to imagine a different world, but build it. And as you welcome me into your community, I hope you do not forget already I am here to build that with you.

Not tomorrow, but now." (Albanese)

Opmerkingen

Beoordeeld met 0 uit 5 sterren.
Nog geen beoordelingen

Voeg een beoordeling toe

Uitgelichte artikels

bottom of page