top of page

VUB-onderzoek pleit voor meer begrip en minder stigma rond ontwikkelingsstoornissen bij kinderen

ontwikkelingsstoornissen

Ontwikkelingsstoornissen zoals ADHD, autismespectrumstoornis (ASS) en Developmental Coordination Disorder (DCD) blijven vaak onder de radar, precies omdat ze niet zichtbaar zijn aan de buitenkant. Dat maakt het voor ouders, scholen en hulpverleners moeilijk om de noden van kinderen correct te begrijpen en te beantwoorden. Volgens VUB-onderzoek en praktijkervaring in het Centrum voor Ontwikkelingsstoornissen (COS) van het UZ Brussel is doordachte diagnostiek daarbij essentieel.


Directeur van het COS, dr. Eva Cloet, ziet dagelijks hoe gezinnen worstelen met vage zorgen en onzekerheid over het gedrag van hun kind. Diagnostiek biedt in die context geen label, maar een denkkader dat losse signalen samenbrengt en verklaart. Het helpt ouders en leerkrachten te begrijpen dat bepaald gedrag niet voortkomt uit onwil, maar uit onmacht. Die erkenning zorgt voor inzicht, opluchting en een betere basis voor ondersteuning, zowel thuis als op school.


Naast die inhoudelijke rol vervult een diagnose ook een belangrijke praktische functie. Ze creëert een gedeelde taal tussen ouders, scholen en hulpverleners en vergemakkelijkt de toegang tot gerichte therapieën en redelijke aanpassingen. Toch blijven ontwikkelingsstoornissen omgeven door scepsis en stigma. Opmerkingen die het bestaan of de ernst ervan minimaliseren, vergroten de twijfel bij ouders en ondermijnen het vertrouwen in hulpverlening. Onzichtbare moeilijkheden, zo benadrukt Cloet, zijn niet minder reëel.


Het vaak gehoorde argument van ‘overdiagnosticering’ noemt zij misleidend. Er bestaat geen eenduidige wetenschappelijke definitie of bewijs dat ontwikkelingsstoornissen te vaak worden vastgesteld. De sterke toename in diagnostische vragen hangt volgens haar eerder samen met een ondersteuningssysteem waarin hulp vaak pas beschikbaar komt na een officiële diagnose. In een context van schaarste wordt diagnostiek zo onbedoeld een toegangsticket tot zorg en begeleiding.


Lange wachttijden vormen daarbij een bijkomend probleem. Die zijn het gevolg van een versnipperde organisatie en beperkte capaciteit. Om hieraan te verhelpen lopen in Vlaanderen pilootprojecten die inzetten op betere samenwerking en snellere doorverwijzing. Daarnaast is het COS gestart met onderzoek naar de impact van diagnostiek op gezinnen zelf, een aspect dat tot nu toe opvallend weinig wetenschappelijk is onderzocht.


De centrale boodschap van het VUB-onderzoek is duidelijk: diagnostiek helpt kinderen zichzelf beter te begrijpen en biedt een noodzakelijke basis voor gepaste ondersteuning. Minder stigma en meer nuance zijn cruciaal, zeker bij stoornissen die zich niet meteen tonen. Hoe onzichtbaarder de signalen, hoe groter de nood aan openheid, begrip en een efficiënt ondersteuningssysteem.



Opmerkingen

Beoordeeld met 0 uit 5 sterren.
Nog geen beoordelingen

Voeg een beoordeling toe

Meer lezen?

bottom of page